zondag 6 januari 2013


Een krachtige windvlaag grijpt mijn poncho en blaast deze recht omhoog. 
De lucht is zwaar, loodgrijs, met grote inktzwarte vlekken. 
Hoog zeilt een meeuw en honderden bladeren dansen rond de dikke kastanjeboom. 

Precies op het moment dat ik het schoolplein opfiets, zie ik Paula uit haar roomwitte Range Rover stappen. Snel trek ik mijn capuchon omlaag, maar het is een reddeloos verloren zaak: zelfs zonder spiegel weet ik dat mijn krullen als een platgereden egel op mijn hoofd plakken. Kleine straaltjes sijpelen langs mijn voorhoofd, over mijn wangen en komen tot stilstand in de kraag van mijn trui. 
Ik geef een draai aan het stuur en de wind blaast me met één vlaag het fietsenhok in. 
Ik zie tot mijn opluchting dat Paula naar de moeder van Tim loopt. Haar paraplu houdt ze als een wapen recht vooruit. 'Liéverd, hoe is het nu'? 

Ik kijk naar de lucht en weet dat de buien over zullen gaan in een gordijn van water. 
Kelders zullen onderlopen en de rivier zal buiten z'n oevers treden. 
Op de brug zal een trage stoet auto's zich stapvoets voortbewegen. 
En om 11 uur zal Paula haar eerste glas Sancerre inschenken. 
Een 'vrijdagmiddagwijntje' noemt ze dat.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen